Waar je bij hoort is het redden waard

Tot voor kort was Valbona een paradijselijk oord voor rustzoekers. Een dorpje van een paar honderd zielen, heel veel ongerepte natuur, een guesthouse en een bus die eens per dag naar de stad rijdt. Die tijd is voorbij: het hoog op de Albanese Alpen gelegen dorp is in een mum van tijd een regionaal centrum van milieuactivisme geworden. ‘De dagen waarop ik de kunst van het nietsdoen kon beoefenen zijn voor mij voorbij’, zegt Catherine Bohne, een Amerikaanse die sinds acht jaar in het dorp woont. ‘Het is vijf voor twaalf voor Valbona.’

Bij mijn bezoek aan Valbona straks drie jaar geleden vond ik er een zeldzame kans om te ervaren wat het is om te zijn en te leven, en verder niets – een essentieel gevoel dat je in de hedendaagse wereld maar vergeefs kunt zoeken. Actief nietsdoen als kunst, zoals ik achteraf op Schift schreef. Valbona was een wifi-vrij paradijs met oogstrelende landschappen, althans: voor de handvol wandelaars en andere backpackers dat kort of lang in een van de bescheiden guest houses in het dorp verbleef. Het meest aantrekkelijke verblijf was het guesthouse van Catherine en haar toenmalige partner en Valbonees van geboorte, Alfred Selimaj. Voor de lokale bewoners was het vooral een kwestie van overleven, en daarbij was het langzaam aantrekkende toerisme een welkome ontwikkeling.

Als bioloog was Catherine toen al bezorgd over de zo goed als afwezige milieubescherming in het gebied dat toch wel de status van een Nationaal Park heeft. ‘Het is van onmisbaar belang dat mensen zich gaan beseffen wat een Nationaal Park zou moeten zijn, welke waarden het zou moeten belichamen, en hoe het inkomsten zou kunnen genereren op een manier die niet in tegenstrijd is met de centrale functie ervan, namelijk de toegang tot natuur en stilte. Om een voorbeeld te noemen: ik vind het van de zotte dat er geen toegangspoorten zijn. Pure waanzin is ook dat auto’s en vrachtwagens zomaar in het beschermde gebied mogen rijden.’

Haar zorgen bleken terecht. In januari 2016 maakten hydro-elektrische bedrijven hun intocht. In drie afzonderlijke overeenkomsten werden plannen geschreven voor niet minder dan veertien waterkrachtcentrales op dertig kilometer van de Valbona-rivier. Acht ervan zouden binnen de grenzen van het Nationale Park komen te staan.

‘Toen we van de plannen gehoord hadden, werd ik ’s ochtends om vier uur wakker, in volle paniek, met in mijn hoofd steeds dezelfde vraag: “Wat moet ik doen?” Daarna stormde ik het bed uit en installeerde ik me achter mijn computer. Er was geen tijd te verliezen.’

Een half jaar later, in juni vorig jaar, richtten Catherine en een aantal milieuactivisten en bezorgde dorpsbewoners een ngo op: The Organization to Conserve Albanian Alps, in het kort TOKA. De afkorting is niet toevallig gekozen: in het Albanees betekent ‘toka’ ‘land’ of ‘aarde’ en heeft een connotatie met verbondenheid en ergens bijhoren, zoals de website van TOKA uitlegt.

Erbij horen

‘Erbij horen’ is het sleutelbegrip in Catherine’s gewaagde onderneming om Valbona te redden uit de klauwen van kortzichtige economische winst. Waar het haar om gaat is de diepgewortelde verbondenheid van de lokale gemeenschap met hun land, naast familie de tweede bouwsteen van de Valbonese identiteit.

We wisselen via e-mail gedachten uit over Catherine’s centrale rol bij de protesten tegen de waterkrachtcentrales en wat het betekent om lid te zijn van de microsamenleving van Valbona. In de traditionele Albanese waardenschaal staat als onbetwistbare nummer één het lidmaatschap van de familie, of clan. Het familielidmaatschap staat als een paal boven het water; daarover is geen discussie mogelijk. Dit is soms lastig te begrijpen voor mensen afkomstig uit individualistisch georiënteerde samenlevingen zoals (in Catherines geval) de Verenigde Staten, of Nederland.

Catherine: ‘Als Amerikaanse kom ik uit een jong land met een cultuur die gebaseerd is op het idee van banden breken, niet dat men ze nodig zou kunnen hebben. Je verhuist achter je werk aan, je immigreert, migreert, verandert van plaats. Als je er een potje van maakt, kun je de hele zooi achterlaten en ergens anders naar toe verhuizen. Opnieuw beginnen. Wat mij in het begin zo in Valbona fascineerde was hoe absoluut mensen gebonden zijn aan hun land. De naam van de familie is dezelfde als van het dorp. Drie of vier generaties wonen bij elkaar in een huis of een compound – in Amerika hebben we daar niet eens een woord voor! Niemand vertrekt, tenzij hij daartoe gedwongen wordt.’

In het verleden, toen de communistische dictator Enver Hoxha regeerde, werden mensen met vluchtplannen geconfronteerd met een ingewikkeld probleem. Zoals in China tijdens Mao (en daarna), werd de hele familie gestraft als een familielid het land uit vluchtte. De dreiging met gedwongen verplaatsing van de familie naar een ander deel van het land deed mensen vaak toch maar blijven. De verplaatsing had namelijk de geestelijke dood van de familie betekend. ‘Om die reden, denk ik, hebben mensen hier sterk het gevoel dat ze voor hun zaken moeten zorgen. Ze vinden dat je maar moet leven met de puinzooi die je hebt gesticht.’

Geboorterecht

Wat Valbona, of Albanië, van westerse landen onderscheidt is precies de manier waarop identiteit daar verbonden is met een plaats en een lokale cultuur en uitgedrukt wordt in familieverbanden. Afgelopen maart publiceerde de Britse milieuactivist Paul Kingsnorth een artikel in The Guardian waarin hij zijn ja-stem voor Brexit verdedigt met het idee van ergens bij horen. Hij schrijft: ‘Any attempt to protect nature from the worst human depredation has to speak to people where they are. It has to make us all feel that the natural world, the non-human realm, is not an obstacle in the way of our progress but a part of our community that we should nurture; a part of our birthright. In other words, we need to tie our ecological identity in with our cultural identity.’

Op sociale media regende het boze reacties. Kingsnorth zou fascistische neigingen hebben; het idee van ‘birthright’ (geboorterecht) is nu eenmaal een beladen begrip. Maar in de specifiek Albanese context is Kingsnorths betoog zo vreemd niet. Daar is de verbintenis tussen ecologie en cultuur vanzelfsprekend. Catherine: ‘Ik denk dat Kingsnorths punt is dat mensen gezonder en gelukkiger zijn als ze behoren tot een plaats die hem helpt begrijpen wie ze zijn. Die plaats hoeft niet noodzakelijk de plaats te zijn waar je geboren bent – kijk naar mij: ik houd van Valbona en zou alles geven om het te redden van welke dreiging dan ook. De meeste plaatsen in de wereld worden momenteel bedreigd door een of andere kracht, of dat nu globalisatie is, of economisch imperialisme, het verdwijnen van cultuur of milieuschade. Waar het om gaat is hoe op die dreigingen te reageren: je terugtrekken tot xenofobie en isolationisme, of vechten voor wat het redden waard is in de plaats en die cultuur.’

Volgens Catherine spreekt het voor zich dat mensen in Valbona hun omstandigheden willen verbeteren, zodat hun kinderen meer kansen krijgen dan zij zelf gehad hebben. Maar ze zien verbetering eenzijdig: ‘Ze zien bijvoorbeeld natuur als iets wat te bevechten is en niet te veroveren valt, terwijl in de rest van Europa natuur eerder gezien wordt als teer en fragiel, en iets dat bescherming nodig heeft. Daarom heb ik me echt verbaasd over de reactie van Valbonezen op de dreiging van de waterkrachtcentrales. Toen mensen over hun aanvankelijk gevoel van neerslachtigheid en hopeloosheid heen waren, moest je echt moeite moeten doen om iemand te vinden die niet inzag dat alleen puissant rijke zakenlui van de plannen beter worden. Je vindt ook niemand die serieus gelooft dat de centrales werkelijk genoeg energie voor iedereen zouden wekken. Mensen zien kristalhelder in dat de plannen zowel de natuur als hun inkomsten uit het toerisme vernietigen. Het probleem is nu dat ze niet echt hoopvol zijn dat hun protest succes zou kunnen hebben – en daarvoor hebben ze ijzersterke historische redenen – laat staan dat ze enig idee hebben hoe het protest te starten of waar de nodige middelen vandaan te halen.’

Weirdo

Maar dan kenden ze Catherine nog niet goed genoeg. Zij weet dat ze in Valbona haar plek en gemeenschap heeft gevonden. Afgelopen januari schreef ze in haar blog: ‘I’m not sure anyone in America, my birth place, would ever have written “Catherine is one of us”. I’m not sure there is an “us” in America, to refer to. I’m not sure how I feel about the fact that I needed to move to Albania, in order to feel adopted. In order to feel recognized. In order to find a place that I would fight for. But isn’t that the definition of home, beyond what you do with your hat? The place you would fight for?’

En vechten, dat doet ze zeker. Van manager van de guesthouse en een inofficieel één-vrouw-toeristenbureau is ze fulltime activiste geworden. Met TOKA is ze de klok rond bezig om de Valbona-vallei van een onomkeerbare vernieling te redden. Dit heeft haar gevoel van erbij horen almaar verdiept. De andere kant van de munt is dat Catherine gelooft dat er helemaal voor te gaan de enige manier is om daadwerkelijk ‘geadopteerd’ te worden door de gemeenschap. Een vreemdeling kan niet zomaar een huis in Valbona kopen en daar intrekken; het kost je serieuze inspanning voor het zover is. Vanaf haar prille dagen in Valbona begreep Catherine dat ze iets terug moest doen aan het dorp dat haar in de armen gesloten had. Zo begon de voormalige eigenares van een New Yorkse boekwinkel het lokale toerisme te promoten, wandelkaarten op te stellen (als eerste ooit in Valbona), les te geven op de lokale school en fondsen te werven voor schoolboeken en andere schoolspullen.

‘Wie zou een zelfvoldane parasiet willen zijn?’ zegt ze. ‘Ik probeer te luisteren naar wat mensen nodig hebben en te bedenken hoe ik kan helpen. Maar wie ben ik, tenslotte? Als ik een paar nieuwe ideeën kan inbrengen, mensen helpen aan meer mogelijkheden en de vaardigheden gebruiken die ik heb – dankzij mijn opleiding en achtergrond – zodat mensen het idee hebben dat ze over hun eigen leven kunnen beslissen en hun eigen zaken kunnen controleren, dan lijkt dat me het minste dat ik kan en moet proberen te doen.’

De laatste tijd heeft Catherine vaak het woord gevoerd namens het dorp. Met name omdat ze dankzij haar opleiding en managementervaring weet hoe ze de overheid moet aanspreken en eisen moet stellen. In de media profiteert ze van haar status als ‘weirdo’: een Amerikaanse die vrijwillig in een regio woont die Albanezen achterlijk vinden is niet minder dan spectaculair. Haar droom is een huis te vinden dat zou kunnen fungeren als een dorpshuis en een centrum voor toeristische ontwikkeling en educatie. Maar die droom heeft ze voorlopig in de wacht gezet, want eerst moet de waterkrachtcentrale tegengehouden worden. TOKA heeft een van de belangrijkste advocatenkantoren van Albanië achter zich weten te scharen en maakt nu plannen voor een rechtszaak tegen de overheid. Volgens Catherine heeft de rechtszaak een goede kans van slagen, maar ze is bang dat het veel te lang zal duren vanwege allerlei hinderlijke clausules in de Albanese wet die voorschrijven dat de aangenomen schade bij voorbaat aanwijsbaar moet zijn. Haar hoop is gevestigd op een tweede mogelijkheid: de toestemming tot de bouw van de waterkrachtcentrales loopt in deze maand af.

Terwijl ze op de volgende storm wacht, put Catherine kracht uit gebeurtenissen zoals deze: ‘Een paar dagen geleden ging ik naar een café in Bajram Curri, de dichtstbijzijnde stad hier. Toen ze mij zag aankomen, vroeg een klant aan de eigenaar: “Wie is ze? Een buitenlander?” De eigenaar keek zenuwachtig naar mij en lachte. “Nee, ze is de Amerikaanse van Valbona. Ze is van ons.”‘

© Schift, mei 2017

De landschapsfoto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Lina Grün.

Share Button
ELISA VEINI Geschreven door:

Elisa Veini is documentairemaker, schrijver en communicatieadviseur. Onlangs bracht ze een documentairefilm uit over een volkscafé in Vlaanderen. Zie Titojoeen Café Bostella.

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.