Op zoek naar de verloren Perzische tijd met Googoosh

Googoosh, de stem van Iran van voor de Revolutie, vulde onlangs kolommen in media die nog nooit eerder aandacht aan haar hadden besteed. Met dank aan de videoclip bij haar single Behasht waarin een lesbisch stel in Iran wordt getoond dat verstoten wordt door familie en overheid. Iran’s queen of pop promotes gay rights in new music video, kopte The Guardian. Lesbian-themed music video by expatriate Iranian singer sparks debate, schreef The LA Times. De meningen buitelden over elkaar heen, vooral van Iraniërs in de diaspora, maar ook – via illegale satelliet – in Iran, waar het regime nog altijd uiterst hardvochtig optreedt tegen homoseksualiteit. Wie is deze vrouw die overal werd opgevoerd als Perzische popkoningin?

De Nederlands-Iraanse vrouw bij ons in de straat had als meisje in de jaren zeventig een foto van Googoosh aan de muur hangen. Als de zangeres weer eens op televisie verscheen in Rangarang of een ander populair programma lette ze goed op haar verschijning. Googoosh was een stijl-icoon, bepaalde het modebeeld op straat en zette de trend met opvallende nieuwe kapsels. Veertien was ze toen de Revolutie plaatsvond. Toen ze naar Nederland vluchtte moest ze al haar spullen achterlaten, ook de Googoosh-elpees.

Googoosh – een koosnaam die bij de burgerlijke stand niet wordt erkend omdat het een Armeense jongensnaam is – werd in 1950 geboren in Teheran als Faegheh Atashin. Ze was kindsterretje in de acrobatiekshow van haar vader, actrice in meer dan vijfentwintig speelfilms, en een van de spilfiguren uit de Iraanse popscene van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. Maakte ook internationaal furore, mede dankzij coversies van soulhits als Want ads en Respect, en de Franstalige single Retour de la ville/ J’entends crier je t’aime. Heldin van een generatie.

Halverwege de jaren zeventig is ze enige tijd getrouwd met filmster Behrouz Vossoughi. Kijk naar de scène uit de film Hamsafar uit 1974 waarin ze samen spelen. Zij bij hem achter op de motor, haar handen om zijn middel, de vrijheid tegemoet, eindeloos haarspeldbochten nemend, en je ziet: dit zijn de Iraanse Serge en Jane van hun tijd. Een flamboyant celebrity-koppel, dat de billboards siert, graag geziene gasten in de hippe clubs en gelegenheden waar de internationale jetset elkaar treft. Geliefd bij het volk, vooral het vrouwelijke deel der natie dat een rolmodel heeft dat de minirok en de korte coupe acceptabel maakt, maar ook bij de monarch.

Op internet circuleert een kort filmpje van een privéfeestje dat de Perzische Sjah, Mohammad Reza Pahlavi, voor zijn oudste zoon Reza Pahlavi organiseert in het Niavaran-paleis in Teheran. Alles is uit de kast getrokken om het feest op te luisteren voor de aanwezige beau monde. Natuurlijk is Googoosh er. De ster van haar dagen, in avondjurk, zingt de gasten toe. Het hoofd van de net 17 jaar geworden Reza Pahlavi deint zachtjes mee, en zijn moeder Farah Pahlavi beweegt haar voet op het ritme van de muziek.

Het is dan 31 oktober 1977. Iran staat aan de vooravond van nieuwe tijd, waarvan niemand precies kan bevroeden hoe het uit zal pakken. In de loop van het jaar dat volgt nemen protesten tegen het dictatoriale, seculiere regime in hevigheid toe, uitmondend in wat we de Islamitische Revolutie zijn gaan noemen. De pro-westerse sjah vlucht, ayatollah Khomeiny roept de Islamitische Republiek uit. En Googoosh, zoals alle zangeressen, wordt het zwijgen opgelegd. Letterlijk. Geen vrouw mag meer in het openbaar zingen, ook niet als ze Googoosh heet.

Uitgerekend bij het uitroepen van de Republiek verblijft de zangeres in de Verenigde Staten. Ze staat voor een dilemma. Terugkeren is uiterst riskant, zelfs levensgevaarlijk. Wegblijven betekent zo goed als zeker nooit meer terugkeren. Ze besluit toch terug te gaan, belandt in de gevangenis, maar komt er relatief goed vanaf: na een paar maanden mag ze naar huis. Decennialang leidt ze vervolgens een leven in de luwte. Het feit dat ze in haar land is gebleven doet haar populariteit binnenshuis alleen maar toenemen. Gesluierd, de mond gesnoerd, onder huisarrest gesteld, maar symbool van het verleden en hoop op de toekomst.

Verboden vrucht

Toen ik in 2000 door Iran reisde spraken mensen met weemoed over haar. Googoosh stond voor nostalgie, weemoed en verlangen, net als de bankbiljetten uit de tijd van de sjah die de straatventer verkocht. Ik herinnerde me de magie in de ogen als haar naam viel, de glans van een verboden vrucht.

Ik blader mijn dagboek door, opgetekend die zomer van 2000 die we doorbrachten in Iran en waarin we haar muziek hadden leren kennen. Verbaasd waren we over de gesprekken die we hadden, de openheid, de interesse en gretigheid. Eenmaal achter de voordeur ging bij de meeste vrouwen de – buitenshuis verplichte – hoofddoek af en was geen gespreksonderwerp taboe. Op straat werden we geregeld aangesproken door studenten, die dolgraag met ons wilden converseren over politiek. Ramin bijvoorbeeld, viel meteen met de deur in huis. Onder het genot van een flesje Zamzam, de Iraanse cola, vertelde hij op straat over zijn onvrede, over de hoop die hij vestigde in president Khatami, maar ook over de westers klinkende Perzische pop waar hij naar luisterde. Die bleek te worden gemaakt in de VS, waarnaar de muzikanten zijn uitgeweken, en op een cassettebandje het land te worden binnengesmokkeld om vervolgens razendsnel in een veelvoud te worden gekopieërd en verspreid. De Revolutie bracht geen democratie, wel veel opgelegde regels, verzuchtte hij later op de avond bij zijn familie thuis. Geen alcohol, geen drugs, geen seks voor het huwelijk, je kunt je er nog iets bij voorstellen, maar niet mogen dansen, niet mogen zingen!

GoogooshAls je in een muziekstalletje kijkt naar al die hoesjes van cassettebandjes staren je alleen maar mannen aan. Mannen met baarden, vooral. Wanneer je liever een vrouwenstem hoort moet je op zoek naar import. De chauffeur die ons van Qazvin naar Rasht reed, had prachtige, balalaika-achtige muziek op staan, vol vuur gezongen door een vrouw van middelbare leeftijd. Ze klonk als de Perzische versie van Juliette Gréco. We hadden sterk het vermoeden dat het muziek was uit de sjah-tijd, maar konden het vanwege de taalbarrière niet vragen. Wel konden we hem duidelijk maken dat we het mooi vonden, waarop het liedje nog eens drie maal uit de boxjes schalde. Vlak voor de politiecontrole-posten ging de muziek even uit.

De volgende dag, in een boeken- en muziekzaak in Neyavaran, vroegen we naar de muziek die de chauffeur ons liet horen tijdens de rit naar Rasht. Hij had naam en titel in het Perzisch voor ons opgeschreven. Het meisje achter de toonbank bekeek het briefje en schudde met haar hoofd. ‘Helaas, deze muziek is verboden’.

’s Avonds namen we de trein naar de heilige stad Mashhad. In de loop van de avond kwam één van de jongens van het treinpersoneel informeren of we geïnteresseerd waren in tickets voor ‘the dance’ vanavond in de restaurantwagon. We konden kiezen tussen elf, twaalf en één uur. ‘Twelve o’clock is very good,’ zei hij op een samenzweerderige toon, ‘one o’clock is very, very good! ‘ Pardon, dans in de trein om middernacht? Dat wilden we zien. Achterin het restaurant nam een man plaats achter een keyboard, waaruit hij een beat toverde waaroverheen hij nogal slomige deuntjes tokkelde. Na tien minuten werd het licht gedempt. Dans kunnen we het met de beste wil van de wereld niet noemen, maar er werd zowaar – vooral door een paar jongens natuurlijk – een beetje onbestemd met de armen gezwaaid, met de muziek meegeklapt en gejoeld. De Zamzammetjes schudden op de tafeltjes. Na deze Iraanse nachtclub-op-rails probeerden we de slaap te vatten op de banken van ons compartiment in de deze ‘top train’, wat nog niet meeviel. De rit duurde uiteindelijk een uurtje langer dan beloofd. We namen een kamer op de negende verdieping van het Mashhad-hotel – dat er aanzienlijk duurder uitzag dan het was en een exorbitant grote lamp in de hal had hangen – op steenworp afstand van de locatie waar het in Mashhad allemaal om te doen is, het mausoleum van de achtste sji’itische imam Reza.

In de trein terug naar Teheran, een paar dagen later, ontmoetten we twee zussen. Farah was vijftien toen de Revolutie uitbrak en kon zich het leven onder de sjah dus nog goed herinneren – een leven vol vrijheden. Ze had voor de sjah geen slecht woord over. Farah was getrouwd met een man die nogal op Herman Finkers leek, en woonde in Noord-Teheran. Farkhondeh, de jongste, woonde met haar moeder in Rasht. We brachten de avond met hen door. De volgende ochtend, na een doorwaakte nacht, bleek Farkhondeh een cassettespeler te hebben en Farah een bandje met muziek van Googoosh. Daar was ze weer. In de beslotenheid van onze kleine treincoupé klonk weelderige muziek, westers met oosterse ornamenten, melancholisch en smachtend. Haar muziek werd door Farah en Farkhondeh even makkelijk afgewisseld met de soundtrack van Titanic, een film die hier net zo populair was als in het westen, zij het ‘in het geheim’ – net als de cassettebandjes vonden videobanden hun weg hier wel. De zussen leken zich met deze beperkingen enigszins verzoend te hebben. Alles was verkrijgbaar, zij het illegaal, net als alcoholische drank en andere roesmiddelen. En Khatami beloofde veel, maar maakte vervolgens maar weinig waar. Je afzijdig houden van de politiek, dat is maar het beste in dit land, zei Farah. En schaterlachte.

Bij een boekhandeltje in Teheran vonden we een reisgids voor Iran uit 1971, waarin Teheraanse nachtclubs worden aanbevolen en de sjah wordt geprezen om zijn verdiensten voor het land. Minder succes hadden we met onze zoektocht naar een illegaal muziekzaakje. In een boekhandeltje vroegen we waar we muziek van Googoosh konden kopen. De man achter de balie maakte een gebaar alsof hij zijn keel doorsneed.

Waar Googoosh leefde in Iran, en hoe het met haar ging, kon niemand ons vertellen.

Paspoort

Toen ik naar aanleiding van het nieuwsbericht over de videoclip internet op ging om te ontdekken wat er van Googoosh geworden was las ik dat ze precies in die zomer van 2000 Iran had verlaten. Onder – de gematigd hervormingsgezinde – Khatami kreeg ze eindelijk haar paspoort terug, dat haar in 1979 was afgenomen. Luttele weken nadat we het land hadden verlaten stond Googoosh voor een volle zaal in Canada de pers te woord. Kort daarna gaf ze haar eerste concert in 21 jaar voor een massa van 15.000 mensen in een stadion in Toronto. Haar grootste hits werden afgewisseld met stukken van haar nieuwe plaat Zoroaster, een verwijzing naar het zoroastrianisme, de religie die Iran domineerde voor de islam waarin de kunsten hoog in het vaandel stonden. In het titelnummer stelt ze de retorische vraag: ‘Is het een misdaad als ik zing?’

Een half jaar later kwam Googoosh ook naar Europa. De Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah reisde in januari 2001 naar de Festhalle in Frankfurt waar ze optrad in het kader van wat hij noemt haar ‘Perzische bedevaart door Europa’. ‘Een Duitse cameraploeg keek verbaasd naar die sjiek geklede mensen,’ schreef hij in De Volkskrant. ‘Mannen met dassen en strikjes, hier en daar vrouwen die een stukje van hun borsten toonden. Wie zijn die mensen? Woonden ze in Frankfurt terwijl we niets over hen wisten? De geïmmigreerde Perzen, de voormalige vluchtelingen hadden allemaal hun mooie kleren uit de kast gehaald. Toen Googoosh op het podium verscheen, ging het publiek in een ruk opstaan, ze huilden en lachten en schreeuwden tegelijk. De Duitse cameraploeg vergat om haar werk te doen, verbaasd keken ze naar dat ongekende tafereel. Googoosh boog zich even voorover en toen begon ze met volle kracht over de liefde te zingen. Bij de andere gelegenheden had Googoosh heel voorzichtig alleen gezongen, maar opeens schoof ze de angst voor de geestelijken opzij en begon te dansen. Een historisch moment. Ik was getuige, stond ergens boven in het donker en nam alles waar. Verloren tijd kun je niet terug krijgen.’

Vandaag de dag maakt Googoosh deel uit van de Iraans-Amerikaanse gemeenschap in Los Angeles. Sinds haar miraculeuze comeback heeft ze alweer zes platen uitgebracht. Over de jaren waarin Googoosh zweeg, opgesloten in haar huis, heeft ze nooit zo veel verteld. ‘Mensen vragen zich af of ik ooit in het openbaar zong gedurende de laatste 20 jaar,’ zei ze tegen The Independent in 2000. ‘Ik herinner me dat ik een keer deel uitmaakte van een groot koor toen de stad Koramshar was bevrijd. Ik zong mee met de vreugdevolle menigte. Ik denk dat dat de eerste keer was, herenigd met de mensen, dat ik weer in het openbaar zong’. Verder was het haar verboden om op te treden, haar muziek was nergens meer verkrijgbaar. ‘Dus ik besloot thuis te blijven, het huishouden te doen, te lezen en mezelf bezig te houden. Omdat ik niet van plan was mijn land te verlaten, had ik mezelf een nieuw leven aangemeten. Ik was een tijd depressief, ik denk tot in de vroege jaren negentig toen ik mijn man Masoud Kimiai ontmoette. Op onze eerste date nam hij me mee naar een privé-studio, zette een koptelefoon op mijn hoofd en ik begon te zingen. Het had een overweldigend effect op me en geleidelijk voelde ik de energie toestromen. Ik putte ook uit de reacties die ik van mensen kreeg sinds het einde van de oorlog met Irak. Die ondersteuning trok me uit m’n depressie’.

Ook buiten haar gefnuikte zangcarrière om heeft het Googoosh niet altijd meegezeten, haar huwelijken strandden keer op keer. Sinds ze zich in Los Angeles heeft gevestigd lijkt ze in rustiger vaarwater te zijn gekomen. Na een bewogen leven heeft Googoosh anno 2014 de status verworven van een gedistingeerde crooner, maar het is nog steeds onmogelijk om op te treden in haar eigen land. Dat blijft natuurlijk de droom: een vol stadion in Teheran, waar de menigte de verloren dochter toejuicht. Iran heeft een overwegend jonge bevolking. Het grootste deel heeft de pre-Revolutietijd niet meegemaakt. Officieel is haar muziek nog altijd subversief en decadent, maar de teugels ten aanzien van popmuziek zijn een klein beetje losgelaten, het riekt hier en daar zelfs naar gedoogbeleid. Wereldwijd geniet Googoosh populariteit onder Iraniërs, ook vanwege haar show Googoosh Academy (een soort X-factor) die wordt uitgezonden door de door Iraanse ballingen gerunde zender Manoto1.

Ik herinner me onze laatste dag in Iran. Ergens in de namiddag belde Farah, de oudste van de twee zussen die ons in de trein naar Teheran Googoosh hadden leren kennen, om afscheid van ons te nemen. We wisselden beleefdheden en correspondentie-adressen uit. Na het eten ging de telefoon opnieuw. Ze had er nog even over nagedacht en vond dat ze ons naar het vliegveld moest brengen. ‘Because it is my duty,’ zei ze. Voor ik goed en wel besefte wat ze zei hing ze op met de woorden ‘I’ll be there in ten minutes!’ Ik probeerde haar terug te bellen om te zeggen dat ze pas over een uur hoefde te komen. Haar man Mohamed nam op en zei dat Farah al vertrokken was. Samen met haar twee zoons stond ze inderdaad na een kwartier voor de deur. Ze dronken een paar glazen chai in de zitruimte op de kamer en bedolven ons onder cadeaus: een foto van ons samen in de trein van Mashhad naar Teheran, pistachenoten, chocola, een poster van Googoosh en een cassettebandje met haar grootste hits. Vervolgens reden ze ons naar het Mehrabad-vliegveld. Nog net niet plankgas, maar wel snoeihard. Farah schoof haar hoofddoek nog een centimeter verder naar achteren en draaide het autoraampje op een kier. Uit de speakers klonk Googoosh.

© Schift, maart 2014

Share Button
MAARTEN SLAGBOOM Geschreven door:

Maarten Slagboom is journalist en als eindredacteur verbonden aan de VPRO. Hij werkte voor Radio 1 en publiceerde in onder meer Humo, NRC Handelsblad en het Utrechts Nieuwsblad. In 2018 verscheen zijn bundel 'Motown op legerkistjes'. Bij uitgeverij Atlas Contact verscheen eerder al zijn boek 'Echo'. Zie ook www.maartenslagboom.nl

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.