Een verborgen schat met een handvol liedjes

 Gulzig, nee mateloos graas ik het internet af, op zoek naar een mij nog onbekende soulzangeres uit de gouden tijd, een nieuwe loot aan de stam. Eén liedje is genoeg! Dat geeft me net genoeg aansporing om door te zoeken. Wie schreef het? Wat schreef hij of zij nog meer? Wie produceerde het? Was dat niet… De zoektocht naar dames uit het Gouden Tijdperk van de soul lijkt schier oneindig. Wie eenmaal verslaafd is, is niet meer voor rede vatbaar. Ergens in de krochten moeten nog meer parels blinken. Goudkoorts, dat is het, en het tijdvak is zo grofweg tussen 1965 en 1975.

Neem nu Roszetta Johnson.

Als het rode lampje brandt en zij een keel opzet is er al een wervelstorm over ons heen geraasd. Er is geen ontsnappen aan. You better keep, keep what you got! Listen girl. Rozetta geeft advies en dat betekent: mond houden, zitten, luisteren. Nee, geen gemaar! Net als in A Woman’s Way. He’ll do you wrong, and tell you he cares! Hij zal klagen over het eten, hij zal liegen en bedriegen, maar toch: je gaat voor hem door het vuur. De wegen van een vrouw zijn ondoorgrondelijk. Well I got to go now, but listen carefully. Het is duidelijk dat ze via iemand anders vooral tegen zichzelf praat, nu eens moederlijk, dan weer vlijmscherp. Ze heeft er thuis immers net zo een. En ze wil ’m niet kwijt.

Roszetta, vaak abusievelijk Rozetta gespeld, waarschijnlijk omdat een onverlaat haar naam ooit een keer verkeerd spelde op een iets te belangrijk formulier (zoals Dee Dee en Dionne eigenlijk geen Warwick, maar Warrick heten – foutje!), nam een handvol singeltjes op in de vroege jaren zeventig. Daarna verdween ze volledig van de radar, om in deze eeuw nog even op de proppen te komen met een jazzplaat. Maar wát een handvol.

Heyday

Roszetta Johnson, inmiddels een gescheiden moeder van vier kinderen met een baantje op het secretariaat van een middelbare school, kon zich in 2002 – dertig jaar na haar kortstondige heyday – domweg niet voorstellen dat er mensen waren die niet alleen haar muziek koesterden, maar ook gretig op zoek waren naar een snipper informatie over haar. En toch was dat precies wat er aan de hand was. Moet je eens nagaan hoe ze tot die ontdekking kwam: sinds een tijdje broeide er weer iets bij haar, ze fantaseerde er over hoe het zou zijn als ze weer nieuwe seculiere liedjes op zou nemen. Daarvoor moest en zou ze songschrijver Sam Dees vinden, de man die verantwoordelijk was voor vrijwel al haar singles indertijd. Leefde hij nog, schreef hij nog? Hoe komt een mens daarachter?

Roszetta, zelf niet in het bezit van een computer, legde het voor aan de bibliothecaris van de school, Judy Amstrong. Het enige dat collega Judy vond, speurend op het internet, was dat Roszetta’s It’s Nice To Know in de playlist voorkwam van een dj van het internetradiostation Soul Express. Ze stuitte ook her en der op fora en blogs waar soulfans zich afvroegen of er meer bekend was over Roszetta Johnson. Van die paar obscure prachtsingles, weet je wel. In plaats van Dees op te sporen raakte de bibliothecaris van Ramsay High School meer en meer geïntrigeerd door het verleden van haar collega zelf. Wat haar te doen stond was eerst maar eens al die opnamen traceren en op cd laten branden. Want Roszetta had niets, nada, noppes. Via Dean Farrell, de dj van Soul Express, die een mail de deur uit deed aan zijn wijd vertakte netwerk, werden de singles uit de jaren zeventig verzameld en aan de zangeres gestuurd op een zelfgebrand cd’tje. Farrell, die overal kond deed van zijn contact, stuurde vervolgens fanmail door aan Armstrong. ‘Ze begint eindelijk te begrijpen dat er wereldwijd mensen zijn die al jaren van haar muziek houden,’ schreef Armstrong hem in het najaar van 2002. ‘Studenten en docenten hier op school bezien haar met nieuw respect. We hadden geen idee!’

Roszetta Johnson groeit op als enig kind van Annie Standford in Tuscaloosa, een stad in Alabama. In een buitengewoon streng milieu waarin het bijvoorbeeld ongeoorloofd is om ’s avonds na het bidden in bed nog wat te zingen. Op een avond, als ze een jaar of zes is, maalt haar favoriete liedje door haar hoofd dat ze vanmiddag voorbij hoorde komen op de radio. Het is Goodnight Sweetheart. Ze krijgt het maar niet uit haar hoofd en begint het te zingen. Haar overgrootvader, gezeten op de rand van het bed met de bijbel in zijn hand, vermaant haar. Als ze daarop besluit het te neuriën krijgt ze een flinke knal van hem. ‘Ik denk dat die ervaring de boel in mijn hoofd een beetje overhoop heeft gehaald want daarna wilde ik alleen nog maar op de achtergrond blijven,’ vertelde ze in een van de zeldzame interviews die ze gaf, aan het blad In The Basement.

In de jaren die volgen maakt ze deel uit van een plaatselijke gospelgroep. Met z’n vijven trekken ze op zondag langs de kerken in de omgeving. Op een van die zondagen ontstaat er ruzie binnen de groep, als gevolg waarvan de optredens niet doorgaan. Dat is de dag waarop Roszetta Johnson een allesbepalende stap zet. Iedere dag passeert ze, op weg naar huis, een nachtclub in het dorp. Een club waar in de weekenden een hoop auto’s voor de deur staan geparkeerd. Ze besluit het erop te wagen, deze avond. ‘Ik was toch op pad en mijn moeder dacht dat ik in een kerk stond te zingen zoals altijd op zondagavond. Ik ging naar binnen en vroeg of ik een liedje mocht zingen. Er was maar één liedje dat ik in z’n geheel kende en dat was Over the Rainbow.’

Zeventien jaar is Roszetta Johnson dan. ‘Ik was doodsbang, maar er werd zo goed gereageerd. De manager in de club, The 401, wilde me niet uitputten en besloot me te vragen een week later weer te komen. Voor acht dollar per avond.’

Dolgelukkig is ze. Als het ging om seculiere muziek hield ze van Nancy Wilson, van Diana Ross en van Dinah Washington. Was Roszetta Johnson in een ander milieu opgegroeid dan had de wereld misschien aan haar voeten gelegen. Had iedereen haar daarin gesteund, dan had ze auditie gedaan voor The Supremes. In de periode waarin ze in de 401-club zingt, vliegt een talent scout van Motown over uit Detroit om Roszetta Johnson te horen zingen. Maar in plaats van haar te stimuleren zegt de manager van de club: ‘Daar wil je niks mee te maken hebben, bij Motown worden drugs gebruikt en wat niet al.’ Het is genoeg voor de naïeve Roszetta om het erbij te laten. Zonder dat er een gesprek heeft plaatsgevonden vliegt de verkenner van Motown terug.

Birmingham

Al in de jaren zestig neemt Johnson twee singles op, Understand My Man (1961) en That Hurts (1965), maar die doen niet veel. Een agent heeft ze niet. Het is pas wanneer het label Clintone iets in haar ziet en Sam Dees voor haar gaat schrijven dat Roszetta Johnson noemenswaardige nationale belangstelling krijgt. A Woman’s Way, met het schitterende door Sam Dees’ vrouw Lillian geschreven Mine Was Real op de B-kant, wordt zowaar een bescheiden hitje. ‘Het voelde goed maar het enige dat er gebeurde was dat ik mijn naam in de hitlijst zag staan. Ik kreeg geen beloning, niets. Het opende ook geen deuren zoals ik had gehoopt. Dus bleef ik maar in Birmingham hangen’. De opvolger van A Woman’s Way, het later door Dave Godin in zijn serie Deep Soul Treasures opgenomen Who Are You Gonna Love, krijgt ook nog aardig wat airplay, maar de andere vier volgende singles worden nauwelijks opgemerkt.

Gedesillusioneerd gooit Roszetta Johnson de handdoek in de ring. Ze volgt een opleiding sociologie aan de Universiteit van Alabama, vindt een baantje in een laboratorium en zingt in de weekenden in nachtclubs. Als ze is getrouwd schakelt ze volledig over op gospel. ‘Mijn man stond zingen in nachtclubs niet toe,’ zei ze tegen In The Basement. ‘Ik heb 23 jaar niet in een club gezongen want zo lang ben ik getrouwd geweest.’

Pas na haar scheiding treedt ze voorzichtig weer naar buiten, eerst met gospel – het nummer waarop ze het meest trots is heet Good Morning Jesus – en later ook met een jazz-cd. In de zomer van 2002 haalt ze de finale van een zangwedstrijd voor amateurs in Birmingham. Roszetta wordt er aangekondigd als een ‘country gospel zanger, leeftijd onbekend’. Ze treedt op als stand in voor Candi Staton, tourt als gospelzangeres door Japan en wint in 2007 een plaatselijke muziekprijs in haar woonplaats Birmingham. Dat was het. De strijd tegen borstkanker wint ze niet. Ze sterft in 2011. ‘She went to sing for her Lord,’ schrijft The Birmingham Post in een klein bericht waarin de begrafenisdienst wordt aangekondigd.

Net toen ik dacht dat ik alles in kaart had gebracht over Roszetta vond ik een YouTube-filmpje. Het dateert van april 2008, drie jaar voor haar overlijden. Een meisje van een jaar of tien, dat de zangeres kent van de plaatselijke zondagsschool, interviewt haar voor een schoolproject over hoe het is om ‘een jazz-zangeres’ te zijn. Haar vader hanteert de videocamera. Roszetta is ontspannen, ze laat zich de belangstelling welgevallen en gaat uitgebreid in op de vragen die de scholier van haar briefje opleest. Wat is uw favoriete liedje, vraagt het meisje. ‘Ik heb er veel,’ straalt Roszetta. ‘Ik denk At Last, beroemd gemaakt door Etta James. En het liedje dat ik zelf schreef, Good Morning Jesus. Dat schreef ik toen ik bang was voor de chirurgische ingreep vanwege borstkanker. Je móet het horen!’ Ze vertelt over die keer dat er iemand van Motown overvloog en ze als 17-jarige het schrikbeeld kreeg voorgeschoteld dat ze drugsverslaafd zou raken. Zelfs als ze dat vertelt blijft ze maar stralen. Roszetta Johnson heeft er vrede mee dat de dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan, zoveel is zeker. Bovendien, ze weet al zes jaar dat er verspreid over de wereld mensen zijn die haar singles koesteren. Dat moet genoeg zijn.

Van een hernieuwde samenwerking met Sam Dees is het niet meer gekomen. ‘She was a real treasure’, schrijft de woordvoerder van het Shades Mountain Baptist Choir me als ik ze nu een mail stuur waarin ik uitleg dat ik informatie zoek over Roszetta Johnson. Even aarzel ik of ik nog contact zal zoeken met een van haar kinderen. De adressen worden me door de kerk aangereikt. Maar volgens mij moet ik verder. Er is nog veel werk aan de winkel. Verborgen schatten liggen op mij te wachten.

© Schift, maart 2015

Meer lezen over Soul Sisters?
Lees hier de andere artikelen in deze serie, over Bessie Banks, Jaibi, Cissy Houston, Linda Jones, Dusty Springfield, Joshie Jo Armstead, Brenda Holloway en Veda Brown.
Share Button
MAARTEN SLAGBOOM Geschreven door:

Maarten Slagboom is journalist en als eindredacteur verbonden aan de VPRO-tv (Made in Europe, Stuk, De Hokjesman). Hij werkte voor Radio 1 en publiceerde in onder meer het Utrechts Nieuwsblad, Humo en NRC Handelsblad. In 2018 verscheen zijn bundel 'Motown op legerkistjes'. Bij uitgeverij Atlas-Contact verscheen eerder al zijn boek 'Echo'.

SCHRIJF ALS EERSTE EEN REACTIE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.