Auteur: MAARTEN SLAGBOOM

Maarten Slagboom is journalist en als eindredacteur en researcher verbonden aan de VPRO-tv (Made in Europe, De Hokjesman, De IJzeren Eeuw). Hij werkte voor Radio 1 en publiceerde in onder meer het Utrechts Nieuwsblad, Humo en NRC Handelsblad. Bij uitgeverij Atlas-Contact verscheen zijn boek Echo.

Veel regisseurs hebben zich gewaagd aan de kunst van de echtelijke ruzie. Wie daar goed in slaagt, haalt zijn brevet. ‘De kinderen zijn elders. Ons heroïsch koppel wacht een hotelkamer, de avond is nog jong, en het weer is precies goed. Alle ruimte dus voor de stille verwijten, de geknakte ambities, de gebroken beloftes om genadeloos toe te slaan.’

Het is niet moeilijk om je verloren te voelen in Taipei. De stad die Tsai Ming-liang in zijn films zo treffend neerzet: het regent er altijd en de inwoners die baden in weelde voelen zich even eenzaam als de verworpenen der aarde. Een stad ook die op een merkwaardige manier contemplatie aanwakkert.

De rivier als metafoor is allesomvattend. Ze meandert, buigt af, verbreedt, versmalt weer, heeft aftakkingen maar alle monden ze uiteindelijk uit in de zee. In de mooie liedjes van Bill Callahan (voorheen Smog) gaat het over wat ons wacht als we ons erop laten meevoeren.

‘Er is niet veel voor nodig om je herinneringen te laten veranderen. Ze nog eens aan iemand vertellen is soms al genoeg,’ schrijft geheugenprofessor Douwe Draaisma in zijn nieuwe boek Als Mijn Geheugen Me Niet Bedriegt.

Wie steden doorkruist langs locaties van klassieke filmscènes vindt op elke straathoek een mythe. Schift exploreerde Rome en Napels met een reisgids vol locaties waar elk moment Monica Vitti of Sophia Loren op leek te kunnen duiken. En bleef haken bij het klassieke huwelijksdrama Journey to Italy van Roberto Rossellini.

Rotterdam is een van de steden waarover het meest wordt gezongen in Kaapverdische muziek. Het gevolg van de geschiedenis die de Kaapverdische gemeenschap heeft met de stad sinds Djunga de Biliuca er in 1949 afmeerde. Het verhaal van de nu 87-jarige Djunga is het verhaal van een zeeman die platenbaas werd om zijn cultuur veilig te stellen. Met succes.

Anders dan in kinderboeken, sprookjes en fabels spelen dieren zelden of nooit een hoofdrol in de literatuur. In hun nieuwe romans verkennen de Vlaming Elvis Peeters en de Canadees Yann Martel nu de mogelijkheden om dieren op te voeren als volwaardige personages. Met gekruisigde chimpansees en bestialiteit met een Rottweiler tot gevolg.

In de manier waarop Anomalisa in de gelijknamige film het zinnetje ‘I want to be the one to walk in the sun’ zingt, ligt haar hele verhaal besloten. Het zonlicht dat alles goedmaakt, het is – zoals maker Charlie Kaufman dat eerder noemde – eternal sunshine of the spotless mind. Het is de troost van de vergetelheid, precies wat ook een Alzheimerpatiënt nog rest als enig lonkend perspectief.

In haar nieuwe film wijst Laurie Anderson erop dat het verhaal dat we over onszelf vertellen weinig met de waarheid te maken heeft. Het verleden is een droom waarin ervaringen naar hartenlust aan elkaar worden gekoppeld. Een ongemakkelijke waarheid als je het betrekt op de media, zoals in de laatste novelle van Vásquez.

In zijn memoires noemt Nicholas Roeg, de regisseur die David Bowie castte als alien in The Man Who Fell To Earth, de spiegel als de essentie van de cinema. Wie op zoek gaat naar spiegelscènes in speelfilms en series stuit op onverwoestbare metaforen.